Dodelijke man
Op een afstand beweegt hij, vooral zijn romp beweegt. Ik kan
zijn gezicht zien, het is zeker geen lelijk gezicht, er zitten trekken in die
ik misschien wel herken. Ik hoop dat de man zacht wordt, dat ik hem van de
grond kan scheppen en herscheppen in een man die minder dodelijk is. Ik ben
bang, ik ben bang voor de dood natuurlijk, wie niet. Het is onduidelijk hoe
dodelijk de man nog is, of hoe zacht hij al is. Ik zeg iets tegen hem, hij
nadert en dan zie ik dat zijn dodelijkheid is toegenomen, dat ik nu echt voor
mijn leven moet vrezen en het bed is groot, het bed is koud, het bed is klam en
nu ik eindelijk in slaap gevallen ben, word ik geteisterd door symbolische
dromen, verdomd.