Heel even
Ik lag in een witte gang, dicht bij de deur met het zwarte
masker, te wachten. Naast me lag een ander kind dat op net zo’n masker wachtte,
een kind dat mensen kende. Een verpleger stopte, lachte naar het kind, zei iets
wat ik niet verstond. Ik was er niet echt, niemand zag me. Het masker kwam toch
en even later moest ik vechten. Er waren machines met buizen, tandwielen,
spiralen, pijn. Het is een droom van zo lang geleden en toch ben ik er soms
nog. Ik vraag me af of ik heel even wakker werd, en waar mijn amandelen toen
nog of al waren.