Knaagdier
Er zit een gat in mij van het knaagdier dat ik ben. Ik zou
mijn tanden liefst ergens anders in willen zetten maar ik ben welopgevoed. En
bang. Allebei ben ik. Bovenal ben ik een pleaser. Zo je wil. Ik zet mijn tanden
dus nergens in, behalve in mezelf. En dan bloed ik en klaag ik, maar enkel
tegen mezelf. En ik sus mezelf in slaap, mijn arm helemaal rond mijn hoofd
geplooid. Zo pas ik goed. Een welopgevoed, passend knaagdier.