Omdat het te laat is, ma! (Bennie)
‘Omdat het te laat is, ma! Ze is weg! Ze heeft alles
meegenomen: haar tandenborstel en haar vitaminesupplement en haar fucking CD’s
van Adele!’ schreeuwde ik door de telefoon.
‘Adele is toch niet slecht? Wat zeg je nu allemaal?’ vroeg mijn moeder meteen.
‘Dat heb ik toch ook niet gezegd?’ schreeuwde ik opnieuw.
‘Vind je Adele dan goed?’ vroeg ze.
‘Neen.’
Het bleef stil. Ik hoorde de TV op de achtergrond aan de andere kant van de
lijn. Ik vroeg me af of het gewoon mijn pa was of toch mijn ma, die als
afleiding wat koop-TV had opgezet. Ze was ertoe in staat. Ze was er even goed
toe in staat als tot het gesprek over haar vereenzaamde zoon ineens op Adele te
brengen. Niet eens uit slechte wil.
‘Daar gaat het niet om,’ zei ik.
‘Neen, goed, maar je moet toch niet zomaar zeggen dat je Adele niet goed
vindt.’
‘Dat zei ik niet. Toch niet in eerste instantie.’
‘Je zei: fuck.’
‘Hè?’
‘Fuck,’ zei mijn moeder nadrukkelijk.
In weerwil van mezelf probeerde ik me te herinneren wat ik had gezegd.
‘Fucking CD’s, zei ik,’ zei ik.
‘Ja, fuck, je hoort dat toch ook?’
‘Ja. Ma. Luister. Het zijn alleen maar fucking CD’s omdat ik kwaad ben. Heel
kwaad. Ik had net zo goed ‘fucking tandenborstel’ kunnen zeggen.’
‘Hád dat dan gezegd. Nu denkt iedereen dat je Adele niet goed vindt.’
‘Iedereen? Wie is iedereen?’ vroeg ik. ‘Ik voer dit gesprek toch alleen met
jou?’
‘Ja, nu wel. Maar je hebt toch nog wel met anderen gepraat over het feit dat ze
jou … laten zitten heeft?’
‘Ja, maar ik weet niet of ik dan ook … Ma, luister, ik wil het daar helemaal
niet over hebben. Het gaat niet over Adele, het gaat om Nina. Om mij. Ik ben …
verdrietig. Eenzaam en zo.’
‘Verdrietig en eenzaam, ja, dat begrijp ik wel.’
‘Wel, misschien kan je … Ik weet niet of je …’
‘Zal ik naar je toe komen?’ vroeg ze luid. Ze klonk ineens erg blij.
‘Ja, dat zou wel iets … Bedankt, ma. Bedankt om dat voor te stellen.’
‘Neem ik je pa mee?’
‘Neen. Ik bedoel: het is voldoende dat ...’
‘Goed. Dan laat ik pa thuis.’
‘Je bent zo’n lieve jongen,’ zei mijn mama en we wisten allebei dat dat niet waar was. Ik was niet lief geweest. Ik was zelfingenomen, passief en non-communicatief geweest. Of zoals Nina het had geformuleerd: ‘Je neemt soms weinig initiatief en er is niks mis met wat zelfkritiek af en toe.’ Lieve, geile, stoere Nina, die weliswaar CD’s van Adele opzette maar toch ook maar mooi de perfecte vrouw was geweest. Die door mijn haar woelde als ik moe was, die woorden als ‘asshole’ en ‘extrapoleren’ in één zin gebruikte zonder dat het opviel.
‘Ik heb veel fouten gemaakt,’ zei ik.
‘Ja, we maken allemaal fouten. Je pa ook,’ zei ze.
Ik vroeg me af wat ze daarmee bedoelde en toen begreep ik het: ze nam het Nina kwalijk. Ze redeneerde dat als Nina een sterke vrouw was geweest, zoals zijzelf, dat ze dan bij mij was gebleven. Dat betekende ook dat ze mij met mijn pa vergeleek, en daar kwamen mijn haren pas echt van overeind.
‘Ik denk dat Nina misschien gelijk had,’ zei ik. Alleen maar omdat dat iets was wat mijn pa nooit zou zeggen.
‘Hoezo?’ vroeg ze.
‘Ik was zo … lui. Lui, ja. Ik zat daar maar, in de zetel, terwijl Nina alles deed.’
Mijn moeder zweeg even, leek na te denken, liep naar de koelkast en haalde er een blikje cola uit.
‘Mag ik dit?’ vroeg ze.
‘Ja, tuurlijk.’
‘Je moet jezelf niet zo de grond in boren. Daar heeft niemand iets aan,’ zei ze.
‘Dat doe ik niet. Ik doe aan zelfkritiek.’ Als ik voldoende overdreef, zou ze vanzelf inzien dat ik helemaal niet op mijn pa leek. Helemáál niet.
Maar ze dronk alleen enkele slokken van haar cola en ze keek een beetje scheel telkens ze slikte.