Posts

Posts uit december, 2022 tonen

Maar dat zeg ik niet

Er zijn mensen die zich verzetten en mensen die zich niet verzetten. Ik kan dat wel zeggen maar ik zit in een café met Bryan Adams op de achtergrond. I’m gonna run to you. Geen nummer om algemene uitspraken op te doen. Vroeger lag ik in bed naar dat nummer te luisteren. Ik had het op cassette. Omdat ik nog geen koptelefoon had, zette ik de cassettespeler gewoon heel zacht. Ik hoorde te slapen maar ik luisterde naar Bryan Adams. De eenentwintigste eeuw was nog niet begonnen, we spraken nog niet eens over de eenentwintigste eeuw. Nu lijkt het alsof ik ga zeggen dat alles toen beter was, maar dat zeg ik niet. Want het was niet beter. Ik lag in mijn bed naar Bryan Adams te luisteren, namelijk. En goed, de cassettespeler stond stil, maar ik hoorde het wel, hoor.

Afwegingen

Wabi-sabi is trendy. Iedereen zoekt in kringwinkels naar imperfectie. Als er een hoek af is, is het goed. Dan heeft het een verhaal. Dat theekopje met een oor af, dat heeft een verhaal. Het theekopje van Ikea heeft geen verhaal. Het heeft zijn oor nog, en bijgevolg geen verhaal. We horen het te mijden. Nochtans is dat niet te merken op een zaterdagnamiddag in de afdeling huisraad van de Ikea in Zaventem. Blijkbaar is niet iedereen zo wabi-sabi. Dat is hoopgevend. Dat betekent namelijk dat niet iedereen in de onzin van dat verhaal-verhaal is getrapt. Wat heb je namelijk aan een verhaal van een object zonder stem of pen? Daar kunnen we kort over zijn. We hebben daar niets aan, want dat verhaal blijft verborgen. Zoals een bonbon in een doosje met een slot. Daar staat het doosje, bruin karton met een cijferslotje eraan. We weten heel goed dat er een bonbon in zit, maar we kunnen er niet bij. We moeten het met het bruine karton doen, met het cijferslotje. Midden op onze keukentafel. Lelijk!...

Luisteren deed niemand

Ze bracht traag en onwillig haar armen omhoog. De man nam de boord van haar truitje vast en begon er behoedzaam aan te trekken, omhoog tot aan haar gezicht, waarna hij haar leesbril afzette en de halsopening over haar hoofd schoof. Ze kon even niets zien, hoorde alleen het geluid van het stromende water. Ondertussen nam de man haar linkeram beet en schoof die door de mouw. Hij wist wat hij deed, bedacht ze. Hij had dit al vaak gedaan, ontelbare keren, en dat zou haar vertrouwen moeten geven, allicht, maar in de plaats daarvan wantrouwde ze hem nog meer. Misschien had hij een half uur geleden precies hetzelfde gedaan in de kamer naast de hare, bij dat demente, tandeloze mens dat altijd ‘ratten in de soep, ratten in de soep!’ riep als ze voorbijliep. Ze wou niet in bad. Ze was net nog geweest. Maar luisteren deed niemand.