Maar dat zeg ik niet
Er zijn mensen die zich verzetten en mensen die zich niet
verzetten. Ik kan dat wel zeggen maar ik zit in een café met Bryan Adams op de
achtergrond. I’m gonna run to you. Geen nummer om algemene uitspraken op te
doen. Vroeger lag ik in bed naar dat nummer te luisteren. Ik had het op
cassette. Omdat ik nog geen koptelefoon had, zette ik de cassettespeler gewoon
heel zacht. Ik hoorde te slapen maar ik luisterde naar Bryan Adams. De
eenentwintigste eeuw was nog niet begonnen, we spraken nog niet eens over de eenentwintigste
eeuw.
Nu lijkt het alsof ik ga zeggen dat alles toen beter was, maar dat zeg ik niet. Want het was niet beter. Ik lag in mijn bed naar Bryan Adams te luisteren, namelijk. En goed, de cassettespeler stond stil, maar ik hoorde het wel, hoor.