Luisteren deed niemand
Ze bracht traag en onwillig haar armen omhoog. De man
nam de boord van haar truitje vast en begon er behoedzaam aan te trekken,
omhoog tot aan haar gezicht, waarna hij haar leesbril afzette en de halsopening
over haar hoofd schoof. Ze kon even niets zien, hoorde alleen het geluid van
het stromende water. Ondertussen nam de man haar linkeram beet en schoof die
door de mouw. Hij wist wat hij deed, bedacht ze. Hij had dit al vaak gedaan,
ontelbare keren, en dat zou haar vertrouwen moeten geven, allicht, maar in de
plaats daarvan wantrouwde ze hem nog meer. Misschien had hij een half uur
geleden precies hetzelfde gedaan in de kamer naast de hare, bij dat demente,
tandeloze mens dat altijd ‘ratten in de soep, ratten in de soep!’ riep als ze
voorbijliep. Ze wou niet in bad. Ze was net nog geweest. Maar luisteren deed
niemand.