Wat wij niet wisten
Toen ik jonger en vermeteler was dan nu, wou ik Mak zijn. Mijn zus wou Mik zijn. Mijn broer was ongevraagd Mon. Samen waren wij Mik, Mak en Mon en we wilden avonturen beleven, maar in onze straat gebeurde niet veel behalve dat die doodliep. We wilden ook melk drinken maar melk zonder cacaopoeder smaakte toch altijd wat te veel naar uier. Weer een ander probleem was dat Mik en Mak even groot waren en mijn zus een stuk kleiner dan ik, dus deed ze haar rolschaatsen aan en stond ze op haar tenen, wat moeilijk ging met die rolschaatsen. Het was ook onbegonnen werk om mijn broer zo te vermommen dat hij op een volwassen melkboer leek, dus lieten we dat maar zo. In onze babyroze heuptasjes zaten cilindervormige doosjes van filmrolletjes die we aan onze lippen zetten alsof we melk dronken. Terwijl we dus geen melk lustten! En ook geen water omdat we altijd appelsap kregen! Met onze lippen aan die zwarte filmroldoosjes, mijn zus balancerend op haar rolschaatsen, stonden wij op onze oprit, de straat af te turen naar belevenissen of eventueel naar buurkinderen die ons met Mik en Mak zouden verwarren en in vervoering zouden geraken. Buitenaards zijn, een bijna fatale noodlanding op aarde maken, via handgebaren spreken, nooit glimlachen; er ging ontzettend veel aantrekkingskracht vanuit.
‘Lieven,’ riepen we naar Mon, ‘we gaan beginnen!’
Wat wij niet wisten:
- Dat Mik eigenlijk Grigori en Mak eigenlijk
Dimitri heette maar dat ze toch geen Russische
criminelen waren.
- Dat de auteur van de reeks, Dick Durver, in het
echt Jef Elbers heette en dat hij tijdens een Vlaams Blok-congres in 1998 een
liedje bracht met als titel Mohammed Ambras.
- Dat we dol waren op figuurtjes die ingeschakeld waren om de melkplas te doen slinken.
Dat we bij gebrek aan stimulansen in de straat vijf minuten later op het terras zouden zitten spelen met onze Playmobilmannetjes.