Wat zou het ook (Bennie)
Nina was mijn vriendin van mijn negentiende tot mijn vijfentwintigste, een periode waarin ze mij ruimschoots de tijd gaf minder appetijtelijk te worden dan ik had kunnen zijn. Maar wat wil je? We gingen de helft van de keren op restaurant uit luiheid en dronken elke avond een fles witte wijn. Zij dacht eraan op tijd een fitnessabonnement te nemen, ik bleef rustig in de zetel zitten vervetten. Wat zou het ook, dacht ik, ik ben van straat. Wat zou ik met een strak en sterk lichaam moeten aanvangen als ik Nina al weten te strikken heb? Tot ik haar op een dag huilend in de keuken aantrof. Eerst dacht ik dat haar vader dood was, maar het was nog erger. Ze suste haar geweten door me én de koelkast én de wasmachine te geven, waar we destijds nochtans elk de helft van hadden betaald. Ik dácht er nog niet aan dat sussen van haar geweten te boycotten door heibel te gaan maken, gewoon omdat ik nergens aan kon denken. Ik begon wel een aantal gedachten, meestal met ‘Misschien had ik meer …’ of ‘Ik ...