Moet je horen
Ik stel voor dat ik je terugzie aan de toog. Jij 53, ik 52. Op jou kreeg de tijd meer vat dan op mij, eindelijk blijkt het dan toch eerlijk verdeeld. Je hebt altijd gevonden dat een normaal gesprek mogelijk moest zijn tussen mensen, ook na het gebruik van houwitsers, dus stap je op me af, een drankje vast, bier is het niet. Ik houd nog even vol dat ik je niet zag, drie seconden comfortabel gehuichel, dan kijk ik je toch maar aan. Op 30 cm van mij is je gezicht, binnen het bereik van de obussen die mijn vuisten ondertussen zijn. Wij gaan niet betekenisloos doen. Ik alvast niet. Jij kan blijkbaar niet anders. Ik verveel me al, elders wordt altijd vollerop geleefd, hardvochtiger en zonder kerken in het midden. Onze kerk, wil ik zeggen, stond buiten mijn gezichtsveld, mijlenver van het midden, maar ik zeg niks en neem een hoog aantal slokken uit mijn glas, ook geen bier. We hebben dan toch iets gemeen, wij twee, ik walg er al een beetje van. Ik draai me half om, maar niet voor ik mompel da...